Afsluiting

 

Mijn mobieltje piept: Kees aan de lijn, mijn cliënt. Hij is in paniek, want zijn stroom is afgesneden, zomaar, zonder waarschuwing. Ik schrik. Eergisteren ben ik nog bij hem geweest en toen hebben we zijn financiën grondig doorgenomen.

 

Kees heeft namelijk schulden. Hij loopt achter met de huur, er liggen nog belastingaanslagen te wachten met inmiddels forse boetes wegens te late betaling en bij zijn zorgverzekering staat hij genoteerd als wanbetaler. Bij elk bezoek komen er weer nieuwe achterstallige rekeningen boven water. Zou hij nu ook al achter lopen met de energie? En zou hij dat al die tijd verzwegen hebben? Of het misschien gewoon zijn “vergeten”?

 

Daarnaar had ik beter moeten doorvragen. Nu is de zaak uit de hand gelopen en is zijn stroom afgesloten, en dat had ik moeten zien aankomen. Misschien had ik het zelfs wel kunnen voorkomen.

 

Ik wil meteen naar hem toe. Op de gang wil ik het licht aandoen: niets. Geen stroom? Afgesloten, ook bij mij? Dat kan toch niet, ik betaal automatisch! Dan kijk ik naar buiten. De stoplichten op de hoek werken niet, ze knipperen niet eens. En waarom staat die tram tussen de haltes stil, midden op straat?

 

Ineens wordt het me duidelijk: stroomstoring in de stad. Meteen bel ik Kees terug en stel hem gerust. Hij zit nog steeds in de gevarenzone, maar daar werken we aan. En straks zal hij gewoon weer stroom hebben.

 

Pieter Duimelaar