Hanne Waaijer
Maatje sinds 2018. Verder lekker druk met werk als beleidsmedewerker op het ministerie van economische zaken en klimaat.
1) Welke niet te bedwingen overtuiging, of welk stukje wereldbeeld, verklaart dat ik juist dit vrijwilligerswerk doe bij SchuldHulpMaatje?
Ik vind dat je niet alleen voor jezelf en voor je eigen succes op deze wereld bent. Het is belangrijk om mensen te helpen die het even wat moeilijker hebben, zeker als je in de gelukkige positie verkeert dat je iemand kunt helpen. We maken de wereld een mooiere plek door er voor elkaar te zijn.
2) Had ik een aanname/verwachting toen ik begon als maatje waarop ik toch echt terug heb moeten komen? Welke is dat en waarom?
Dat het alleen gaat om mensen helpen met het oplossen van hun schulden.
Zelf heb ik nooit schulden gehad of geldproblemen. Dus ik was me er niet zo van bewust hoeveel schaamte mensen voelen als ze schulden hebben. En juist die schaamte maakt vaak dat ze geen hulp zoeken. Daarom is het heel belangrijk om de hulpvrager te laten inzien dat hij of zij zich niet hoeft te blijven schamen.
3) Maak ik ook wel genoeg plezier/lol voor en met de hulpvrager?
Jazeker! Toen mijn eerste hulpvrager succesvol haar schuldhulpverlening bij de gemeente had afgerond, heeft ze me getrakteerd op gebak en koffie bij de HEMA. Dat had ze me al een jaar beloofd. Het was een hele leuke middag.
4) Wat zou ik in de wereld van schuldhulpverlening willen aanpassen en waarom?
Het liefst zou ik willen dat schuldhulpverlening niet nodig was. En het zou al minder nodig zijn als met name de overheid, zoals de Belastingdienst, zich anders zou opstellen naar mensen met schulden en het toeslagensysteem zou aanpassen.
Ik heb al zoveel hulpvragers meegemaakt die door toeslagen in de schulden zijn gekomen, terwijl dat niet per se had gehoeven. Dat frustreert me enorm.
5) Wanneer is/voelt voor mij als maatje een hulpvragerstraject geslaagd?
Wanneer hulpvragers weer licht aan het einde van de tunnel zien en perspectief krijgen op een toekomst met minder zorgen. Soms zijn niet alle schulden al opgelost, maar weten ze wel hun weg te vinden naar instanties en durven ze daar ook weer naartoe te gaan.
6) Wat moet er gebeuren (of juist niet), wil ik dit vrijwilligerswerk over drie jaar nog doen?
Het is soms lastig om dit vrijwilligerswerk te combineren met mijn fulltime baan. Momenteel heb ik het erg druk op mijn werk, waardoor ik minder tijd heb voor het vrijwilligerswerk. Maar ik wil het niet laten vallen. Daarvoor is het mij te dierbaar en haal ik er ook veel zingeving uit. Dus dit is iets dat ik voor mezelf moet uitzoeken en ook met mijn werk moet bespreken.
7) Kan/durf ik het ook aan te geven bij mijn coördinator/de organisatie als het even wat moeilijk gaat in het hulpvragerstraject of in mijn eigen werk- of privéleven?
Dat durf ik zeker! De coördinatoren zijn zeer benaderbaar en reageren snel. Ze houden zelf ook een vinger aan de pols als ze een tijdje niets van je horen. Dat is heel prettig.
8) Wat heb ik zelf geleerd van mijn rol als maatje en hoe heeft dat mij als persoon veranderd?
Ik heb geleerd om mij niet volledig te identificeren met het leed en de problemen van de hulpvrager. Bij mijn eerste trajecten had ik soms slapeloze nachten. Toen realiseerde ik me dat dit voor niemand een goede situatie was.
Dus heb ik geprobeerd het probleem van de hulpvrager niet ook mijn probleem te maken. Dat betekent niet dat je minder betrokken bent.
Zelf probeer ik dit ook meer in mijn werk toe te passen: wat is mijn bijdrage, en accepteren dat ik niet alle problemen kan oplossen – zonder onverschillig te worden.
9) Welke tip zou je aan beginnende maatjes willen geven?
Probeer je flexibel op te stellen en creëer voor jezelf niet te hoge verwachtingen over hoe het traject precies moet verlopen en hoe de hulpvrager zich zal opstellen.
Het komt best vaak voor dat hulpvragers afspraken last minute afzeggen. Als je jezelf daar van tevoren op instelt, ben je juist blij als de hulpvrager er wél is.
10) Welke andere vraag mag zeker niet ontbreken in de volgende selfie-reflectierubriek?
Welke eigenschap van mij draagt bij aan het zijn van een goed maatje, en welke eigenschap zit mij soms in de weg?