Hoopgevende resultaten van project Psychische Kwetsbaarheid

Geplaatst op 17 november 2022

“Ongeveer één op de vijf van onze hulpvragers kampt met ernstige psychische problemen. Onze stellige indruk is dat deze hulpverleningstrajecten relatief vaak voortijdig eindigen.” Dit zegt Jasper van der Wulp, coördinator van het project Psychische Kwetsbaarheid. SchuldHulpMaatje Den Haag startte dit project begin 2022 om te onderzoeken of met een andere aanpak meer succes valt te behalen. Dat blijkt inderdaad het geval, zodat de inmiddels ontwikkelde speciale aanpak volgend jaar een vast onderdeel wordt van onze werkwijze.

Hoe werkt zo’n aanpak in de praktijk?
Van der Wulp: “Vroeger hadden we maar twee smaken als psychisch kwetsbare hulpvragers bij ons aanklopten. Óf we ondersteunden ze net als alle andere hulpvragers, óf we verwezen ze door naar professionals in de ggz. Daartussen hadden we eigenlijk niets in de aanbieding. In ons project hebben we twee tussenvarianten ontwikkeld. In de lichtere variant worden de maatjes in begeleidingstrajecten met psychisch kwetsbare hulpvragers bijgestaan door mentoren uit onze klankbordgroep van acht speciaal getrainde leden. In de zwaardere variant werken onze maatjes samen met ggz-professionals.”

Zó ziet het uitgebreide begeleidingsaanbod er nu dus uit:

Oordeel hulpvrager

Allemaal goed en wel, maar wat vinden onze hulpvragers er zelf van? Astrid is één van hen en ze is heel positief over de ondersteuning die ze van haar maatje Monique Hulsebosch heeft gekregen. Astrid kampt al langer met schulden en ze heeft het naar eigen zeggen daar extra lastig mee vanwege haar concentratieproblemen, stemmingswisselingen, ADHD en depressieve buien.

“Ik moet steeds opnieuw focussen op mijn problemen, heb moeite om overzicht te houden, ben bang om enveloppen te openen en ben administratief behoorlijk chaotisch. Daarom heb ik veel aan de wekelijkse bezoekjes van Monique bij mij aan huis. Monique laat me zoveel mogelijk zelf doen, maar ze staat altijd naast me en daar leer ik veel van. Ze heeft veel geduld met me, en dat helpt ook.”

Monique herkent het beeld: “Astrid was heel wantrouwend geworden door eerdere negatieve ervaringen met schuldhulpverleners en door hoe ze die zelf heeft beleefd. Mijn eerste doel was haar weer vertrouwen te geven en dat is volgens ons allebei wel redelijk gelukt.” Daardoor kon nu de volgende stap worden gezet naar bewindvoering, waar Astrid over een paar jaar schuldenvrij uit hoopt te komen. “Het was in haar geval echt de beste weg,” zegt ook Van der Wulp, die Monique als klankbord heeft bijgestaan.

Gemakkelijk is die stap Astrid niet gevallen. Haar bewindvoerder Gerben Snijder heeft alle begrip voor haar aanvankelijke weerstand. “Het is nogal wat om zowat je hele financiële hebben en houden voor jaren uit handen te geven. We hebben daar best de nodige gesprekken over gevoerd.” Ook hier was vertrouwen het sleutelwoord. Wat daarbij heeft geholpen is dat Gerben ook al jarenlang meedraait als SchuldHulpMaatje.

Vast onderdeel

Hoe gaat het verder met het project Psychisch Kwetsbaren? Van der Wulp: “Het wordt een vast onderdeel van de organisatie. Ik treed terug en draag de coördinatie over aan Anna Spaink. En we gaan door met onze trainingen om maatjes beter toe te rusten in de omgang met psychisch kwetsbare hulpvragers.”

Lees meer over dit thema

Case: Joeps geestelijke gezondheid en schulden (met tips!)
Start project: SchuldHulpMaatje zet psychische kwetsbaarheid op de (schulden)kaart

 

Expertblog voor SchuldHulpMaatje over ZZP’ers met schulden

Geplaatst op 12 november 2022

Door Harm Teuben van Over Rood

Als juridisch expert bij Over Rood, een vrijwilligersorganisatie die met name ZZP’ers bijstaat met schuldenproblematiek, ben ik door SchuldHulpMaatje gevraagd een expertblog hierover te schrijven. Het blijkt dat er steeds vaker ZZP’ers met schulden zich bij SchuldHulpMaatje aanmelden. In mijn onderstaande blog heb ik mij vooral gericht op de aandachtspunten bij hulpvragers die ondernemer zijn.

In een commerciële en zakelijke wereld zou ik SchuldHulpMaatje als concurrent beschouwen, maar als vrijwilliger vind ik het zo goed mogelijk helpen van deze categorie mensen met een schuldprobleem het allerbelangrijkst.

Als ik op bijvoorbeeld verjaardagen hierover praat, krijg ik weleens de reactie waarom ze dan ook zo stom zijn om in die situatie terecht te komen. Maar de oorzaak blijkt vaak zeer divers, en stommiteit is maar één van de vele mogelijke oorzaken. Vandaar dat ik de preventieadviezen meestal later in het traject meegeef. In het begin van een traject zijn cliënten ook met heel andere zaken bezig en vooral met de vraag: ‘hoe kom ik uit deze shit?’. Eenmaal in rustiger vaarwater zijn de cliënten ook vaak ontvankelijker voor adviezen.

Ondernemer houdt zelf de regie
Voor ZZP’ers hanteert Over Rood wel een basisprincipe, namelijk dat de ondernemer eigenlijk zelf de regie moet willen hebben. Maar dat dat in een crisissituatie niet altijd lukt, dat begrijpen de meesten wel. De consequentie van dit principe is bijvoorbeeld dat de ondernemer nooit zelf een faillissement moet aanvragen. Hij/zij is daarmee namelijk de regie volledig kwijt, en als er na het faillissement nog schulden overblijven, dan blijven die bestaan.

Een ander basisprincipe is dat als er nog andere problemen zijn, bijvoorbeeld verslaving, burn-out of ernstige ziekte, dan heeft de te verlenen hulp om de onderneming weer gezond te krijgen meestal pas nut als die andere problemen zijn opgelost.

Vaststellen financiële problemen
Als er geen andere problemen zijn, ga ik zo snel mogelijk nadat de cliënt zijn/haar verhaal heeft kunnen doen, proberen vast te stellen wat en hoe hoog de financiële problemen zijn (bedragen en schuldeisers). Tegelijkertijd wordt uitgezocht wat de mogelijkheden zijn om die schulden af te lossen (bijv. extra werken, hogere tarieven vragen, korting van schulden). 

Prioriteit in het uitzoeken en oplossen voor alle cliënten zijn de huur- en hypotheekachterstanden, en die bij de zorgverzekering en CJIB. Huisvesting en medische zorg zijn te belangrijk. CJIB is urgent, omdat de boetes tot een draconische omvang kunnen groeien en praktisch nooit worden kwijtgescholden.

Soorten cliënten
Je hebt cliënten die al bezig zijn geweest met regelingen met schuldeisers, maar er niet uitkomen. Vaak zijn dat de echte ondernemers, en die kan je vaak met adviezen, over bijvoorbeeld betere bedrijfsvoering, hogere tarieven en brieven aan schuldeisers op weg helpen. Het is mij regelmatig overkomen dat deze ondernemers halverwege al afhaakten, omdat zij het zelf wel verder konden.

Financieel juridisch advies
De adviezen en ondersteuning kunnen boekhoudkundig en juridisch van aard zijn. Soms is de boekhouder vanwege onbetaalde facturen er mee gestopt, en is er geen opvolger.

Financieel administratief advies
Administratieve ondersteuning komt vaak op het volgende neer. Bij achterwege blijven van btw-aangiftes ontvangt de btw-plichtige altijd ambtshalve aanslagen. Deze zijn praktisch altijd veel hoger dan de werkelijke, op realistische omzetten gebaseerde, btw-bedragen. Tot 5 jaar terug kunnen deze btw-aanslagen worden gecorrigeerd. Echter, wel op basis van een realistische boekhouding. Als er sprake is van een niet meewerkende boekhouder die alle schoenendozen en wel gevoerde administratie niet wil afgeven, kan ook op basis van de bankafschriften een aannemelijke administratie worden opgemaakt. Een probleem kan zijn dat de digitale bankafschriften meestal niet verder gaan dan drie jaar terug. Nog oudere afschriften kunnen geld kosten.

Voorbeeld
Een voorbeeld van een juridisch advies is het volgende. Een cliënt, met schulden, had een rekening-courantschuld aan zijn BV. Verder was niets geregeld. Deze BV had een grote schuld, en de schuldeiser zou beslag kunnen leggen op deze rekening-courantschuld. Die dan per direct zou moeten worden voldaan. Mijn advies was om deze rekening-courant om te zetten in een lange termijnschuld. Zodoende zou die schuldeiser het betreffende bedrag niet terstond kunnen opeisen.

Voor deze cliënten is het vaak voldoende om schulden en achterstanden te ordenen. Vervolgens de schuldeisers informeren over de bestaande problemen, en dat jij als schuldhulpverlener gevraagd bent om deze schuldvragen op te lossen. Als er een voorstel om het schuldprobleem op te lossen kan worden meegestuurd, wil dat vaak ook helpen.

Afspraken aflossing schulden
Een punt van aandacht is wel het volgende. Bij het maken van afspraken over een gepaste aflossing willen grote schuldeisers, meestal financiële instellingen, vaak een relatief hogere aflossing van hun vordering, dan de andere kleinere schuldeisers. Hierdoor blijft er dus minder over voor die kleinere schuldeisers. Bedenk ook dat voor het aanvragen van een faillissement er tenminste twee schuldeisers nodig zijn. Dan is het wellicht verstandiger om zo snel mogelijk de kleinere schuldeisers af te lossen. Als er dan één grote schuldeiser overblijft, heeft deze geen mogelijkheid om voor jouw cliënt een faillissement aan te vragen.

BBZ-lening
Als de vooruitzichten om door te gaan positief zijn, maar de schulden en schuldeisers een te grote hobbel vormen, dan kan ook een (rentedragende) BBZ-lening bij de gemeente worden aangevraagd. Hier moet wel een positief businessplan aan ten grondslag liggen.

De BBZ geeft voor oudere ondernemers (geboren voor 1-1-1960) met een niet-levensvatbaar bedrijf de mogelijkheid een uitkering aan te vragen.

Ondernemers die willen stoppen, omdat het bedrijf niet levensvatbaar is, kunnen ook een uitkering (tot bijstandsniveau) aanvragen voor een beperkte periode om het bedrijf te kunnen beëindigen.

Te veel schulden en schuldeisers
Daarnaast zijn er ook cliënten voor wie de hoeveelheid schulden en schuldeisers te veel is geworden. Het komt regelmatig voor dat deze groep al enige jaren de btw-aangiften en/of Inkomsten Belasting aangiften niet heeft gedaan.

In dit soort gevallen is het aan te bevelen om de bestaansmogelijkheden van de onderneming te beoordelen. Als er voldoende mogelijkheden om voort te bestaan blijken te zijn, kan je als hulpverlener je focussen op het regelen van het aflossen van de schulden. En bij voorkeur ook het verlagen van de schulden.

Dreigend faillissement
Indien het voortbestaan van de onderneming moeilijk gaat worden, zo niet failliet verklaard dreigt te worden, is een aanmelding voor de WSNP de aan te bevelen route. De ondernemer moet dan wel weten wat dat betekent en er mee eens zijn. Zoals ongetwijfeld bekend houdt de WSNP onder andere in dat er drie jaar op een bestaansminimum moet worden geleefd, maar daarna kan met een schone lei het leven weer worden opgepakt. 

De acceptatie door de gemeente is overigens niet eenvoudig. Zo moeten de belastingaangiften (IB en BTW) van de laatste 5 jaar worden aangeleverd. Eventuele BV’s met schulden moeten worden opgeheven. En er mogen na aanmelding geen nieuwe schulden meer worden gemaakt. Dus geen achterstanden. Over Rood besteedt een groot deel van zijn tijd aan het doen van administratie en belastingaangiftes van deze cliënten. Gelukkig kunnen wij de privézaken overdragen aan Schuldhulpmaatje, zodat wij onze tijd volledig op de zakelijke kant kunnen richten.

Conclusie voor de vrijwilliger

  • Samengevat kan worden gesteld dat de ideale ondernemende hulpvrager zelf de regie wil hebben, en tijdens het traject zelfstandig afscheid neemt omdat hij/zij het verder wel zelf kan.
  • Veel voldoening kan worden gehaald uit de ondernemende hulpvrager die meer tijd nodig heeft om de regie weer zelf te kunnen pakken, maar die het uiteindelijk wel lukt.
  • Het moeilijkst is vaak de hulpvrager die de vaardigheden mist om het ondernemerschap te continueren en bijna volledig op de hulp van de vrijwilliger leunt. Dit kost veel energie en tijd. Maar als het lukt om deze hulpvrager af te leveren in de WSNP geeft dat ook voldoening.
  • Voor kleine ondernemers zijn er niet zo veel partijen die hen kunnen bijstaan als ze in financieel zwaar weer zitten. Daarom is het mooi dat er nog de nodige vrijwilligers zijn die dat wel kunnen.

Auteur: Harm Teuben

Trajectmanager

Over Rood

SchuldHulpMaatjes geven gratis advies over geld in Den Haag Centrum, Schilderswijk en Bouwlust

Geplaatst op 5 oktober 2022

Oktober 2022 – De wijkteams voor de pilot Wijkgericht Werken draaien inmiddels driekwart jaar in de wijken Bouwlust en Centrum/Schilderswijk. Wekelijks is er een inloopspreekuur. Hoe gaat het? Projectleider Monique Rog praat ons bij.

Wijkgericht werken

Een wijkteam van maatjes en maatjescoördinatoren richt zich op de hulpvragen uit een bepaald postcodegebied, oftewel uit de omliggende buurten. We hebben gekozen voor wijkcentrum Bouwlust, vanwege het reeds bestaande SchuldHulpMaatje-team, en voor de wijken Centrum/Schilderswijk. Beide teams hebben een locatie in de wijk op een vaste ochtend in de week. Hier ontmoeten maatjes elkaar, spreken ze af met hulpvragers, maken ze kennis met nieuwe wijkpartners en bestaat er de mogelijkheid voor buurtbewoners om binnen te lopen voor hulp of een vraag over geldzaken.

Samenwerken in de wijk

De aanloop in de eerste helft van het jaar was best stroef. De corona-impact was bij veel organisaties groot. Maar we merken dat de welzijnsorganisaties weer op gang zijn. De teams zijn weer op orde, de activiteiten lopen weer en men richt de blik weer naar buiten. Zo schoof maatje Jan van team Bouwlust onlangs aan bij een werkoverleg van Wijkz. Jan heeft daarna meegelopen met één van de maatschappelijk werkers om te zien waar men zich op het Serviceplein nu precies mee bezighoudt. Het Serviceplein is de plek met de loketten van Wijkz, waar ook andere partijen spreekuur houden, zoals de wijkagent. Dit alles vanuit het idee, dat het voor een goede samenwerking belangrijk is om elkaars werkwijze én elkaars grenzen te kennen. Wat is het werk van de individueel ondersteuner en waar begint of eindigt de hulp van een SchuldHulpMaatje? We weten dat het opbouwen van samenwerkingen tijd kost. Maar eenmaal samen aan de slag, proeft vaak snel naar meer.

Delen binnen het team

Bij Bouwlust is inmiddels de gewoonte ontstaan om elkaar om 12 uur even te zien bij een kop koffie en voor sommigen een tosti. Naast het delen van wel en wee, is dit een goed moment waarop bijvoorbeeld Jan zijn opgedane kennis kan delen met de andere maatjes.

Aansluiten bij de doelgroep; mee-eten of conversatieles over € zaken

Om onze doelgroep, onze hulpvragers zover te krijgen dat ze durven binnenlopen voor een vraag, vergt meer of een andere inzet van onze maatjes. We hebben inmiddels een aantal mooie voorbeelden waarmee we onze doelgroep bereiken.

  • Op de locatie van het wijkteam Centrum/Schilderswijk heeft Niesje onlangs meegegeten met een maaltijdkring, georganiseerd door de Havenkerk. Tijdens de maaltijd was er gelegenheid om te vertellen over haar werk als SchuldHulpMaatje. Aan tafel raakten de bezoekers nu toch geïnteresseerd in dat spreekuur op de vrijdagochtend en zijn er inmiddels al een paar bezoekjes geweest.
  • In Bouwlust gaat het team op donderdag ook naar de locatie Alle Kanten, een buurthuis. Hier hebben we contact gelegd met de docent van het ROC Mondriaan en voorgesteld om eens mee te doen met een taalles. De combinatie ‘lesthema geldzaken en conversatie met een SchuldHulpMaatje’ bleek een gouden greep. Er kwamen bijvoorbeeld vragen over de DUO en sommigen hadden nog niet gehoord van de Energietoeslag. Taalles blijkt een mooie aansluitactiviteit voor onze maatjes. We zijn benieuwd of de drempel nu lager is, om even aan te schuiven bij de SchuldHulpMaatjes op donderdagochtend.
  • Zo zoeken we naar verschillende aansluitactiviteiten in de buurt, waar we als SchuldHulpMaatje een keer kunnen meedoen om onszelf te laten zien en ondertussen te vertellen wat SchuldHulpMaatje voor de mensen in de wijk kan betekenen. Zo ligt er ook weer een uitnodiging klaar van de Aanschuiftafel; een mooie manier om aansluiting te vinden bij de ouderen in de wijk.

Plek voor maatjes en door maatjes

Deelnemen aan een wijkteam houdt overigens niet in, dat we van ieder maatje verwachten dat ze zich inzetten voor een dergelijke activiteit. Maatjes doen mee op een manier die bij ze past. De primaire inzet is en blijft hulp geven aan een hulpvrager.

Maar we hebben inmiddels geleerd dat het creëren van een SHM-pleisterplaats en het opbouwen van een wijknetwerk ook andere talenten en inzet vraagt. Daarom is er bij de wijkteams ook plaats voor maatjes die het bijvoorbeeld leuk vinden om als gastheer of gastvrouw aanwezig te zijn op een inloopochtend, of te helpen met coördinatietaken en het onderhouden van contacten in de wijk.

Intervisie

Vaste prik voor alle maatjes zijn wel de intervisie-avonden éénmaal per kwartaal. Met als vaste onderdelen: genoeglijke maaltijd – kennisdeel – ingebrachte casus.

Het blijkt iedere keer weer een leerzame en gezellige avond en een goede ondersteuning bij het best uitdagende werk van een SchuldHulpMaatje.

Interesse om maatje te worden?

Wil je meer weten of zou je mee willen doen in een wijkteam, neem dan contact op met Monique Rog, projectleider, Email: monique.rog@xs4all.nl

In 2023 starten we 1 of 2 nieuwe wijkteams en de bestaande teams houden we ook graag op sterkte.

Wil je met een maatje praten over jouw geldzaken?

Kom dan eens langs. Lees verder >

Schuldenescape spel

Geplaatst op 5 oktober 2022

Op dinsdagavond 13 september 2022 kwamen in de Engelse Kerk coördinatoren en maatjes van SchuldHulpMaatje Jong bij elkaar voor een speciale jongeren maatjesavond. Na een goed gesprek bij een broodje en een kopje soep gingen we aan de slag met de schuldenescape. Dit is een spel, waarbij je een jongere moet helpen om uit de schulden te komen.

We kregen de opdracht om een maandbegroting te maken en puzzels van schulden te inventariseren en op te lossen. De oplossingen leidden uiteindelijk tot twee driecijferige codes, waarmee we een koffer van opa konden openen. De inhoud van de koffer bood de oplossing voor de problemen.

Helaas was de eigenaar van de koffer, een jonge man, gevlucht voor zijn problemen en was het aan ons de taak om in drie groepjes van vier de puzzels op te lossen. Hiervoor hadden we 45 minuten de tijd. Twee teams slaagden erin om op tijd de koffer te openen. In deze koffer zat naast geld een doosje met kaarten over diverse onderwerpen waarover je met jongeren in gesprek kan gaan.

Samen met de cursusleider en tevens de ontwikkelaar van het spel John Wildenberg gingen ook onze maatjes in gesprek en leerden we over de gevaren van geldezels, online games en de verleidingen van tiktok.

Al met al was het een leuke leerzame avond, waarbij we in een ontspannen sfeer elkaar weer ontmoet hebben en ruimte hadden om ervaringen uit te wisselen.

Energiebank Den Haag helpt gezinnen met energiezorgen

Geplaatst op 26 september 2022

De man met een van de drukste banen van Nederland heet Frans Pas. Hij is sinds 1 augustus van dit jaar projectleider energiearmoede bij de Energiebank Den Haag. Die helpt huurders die wat minder te besteden hebben de strijd aan te binden tegen hoge energierekeningen en oplopende energieschulden. “En de telefoon staat roodgloeiend,” zegt Frans, “wat geen wonder is bij de explosief gestegen energietarieven.”

Frans Pas

Doelgroep van de Stichting Energiebank Den Haag zijn minima met inkomens tot zo’n 130% van de bijstandsnorm. Dat zijn meestal bewoners van sociale huurwoningen, die in Den Haag vaak notoir tochtig, vochtig en slecht geïsoleerd zijn. Met alle gevolgen voor de energierekening van dien. De doelgroep is niet altijd even makkelijk te bereiken. De oplossing die Frans ervoor gevonden heeft is: huurders benaderen via hun woningcorporatie. De huurders van Haag Wonen hebben al een brief gekregen van hun corporatie over de mogelijkheid een beroep te doen op de Energiebank.

Hulpaanbod

Wat kan de Energiebank voor deze mensen doen? Frans: “Ze maken een afspraak en één van onze energiecoaches komt dan bij ze langs om samen de situatie op te nemen. Waar ze mogelijkheden zien om te besparen, geven ze advies en kunnen ze de cv en warmwatervoorziening zuiniger instellen. Ze komen een tweede keer terug met een gratis pakket energiebesparende spullen, zoals ledlampen en radiatorfolie, die ze ook bij de mensen aanbrengen en installeren.”

De Stichting beschikt in Den Haag over een twintigtal vrijwilligers die ze heeft opgeleid tot energiecoach, maar dat zijn er nog lang niet genoeg. Binnenkort start een opleidingstraject voor een nieuwe lichting.

Wegwijzer

Frans is naarstig in zijn netwerk aan het speuren naar meer mogelijkheden om zijn doelgroep te helpen. “Er is in Den Haag een woud aan regelingen en loketten waar mensen in energiearmoede een beroep op zouden kunnen doen. Wij kennen die wereld en we kunnen mensen helpen de juiste wegen te vinden. Zo hebben we ook contact gelegd met de Sociale Fondsen Den Haag, die onder bepaalde omstandigheden bereid zijn mensen van hun schulden af te helpen bij het energiebedrijf. Ik heb ze ook bereid gevonden de levering te sponsoren van energiebesparende gordijnen, in de praktijk een heel effectief middel om de verwarmingskosten te drukken.”

Het werk van de Energiebank wordt gefinancierd door de gemeente, in eerste instantie voor een proefperiode tot 1 mei volgend jaar. Maar gezien de heersende energienood bij zeker 50.000 Haagse huishoudens, lijkt het Frans heel onwaarschijnlijk dat het daarna zou stoppen.

Contact

De toegang tot de hulp van de Energiebank Den Haag staat open voor gezinnen die worstelen met hun energierekening, maar ook voor schuldhulpmaatjes en andere hulpverleners. Aanmelding bij Frans Pas per telefoon, 06 24783198, of per mail, info@energiebankdenhaag.nl. Meer informatie over de Energiebank Den Haag op https://www.energiebanknederland.nl/de-energiebank/energiebank-den-haag/.

Er zijn meer laaggecijferden dan laaggeletterden…

Geplaatst op 24 augustus 2022

Personen die moeite hebben met situaties in het dagelijks leven die te maken hebben met getallen, maten en verbanden noemen we laaggeletterd. Laaggeletterdheid is dus een breder begrip en omvat naast moeite met lezen en schrijven, ook het hebben van moeite met rekenen en computers. Kortom basisvaardigheden die nodig zijn om te kunnen functioneren in onze maatschappij.

In Nederland zijn 2,5 miljoen mensen die moeite hebben met lezen en/of rekenen en/of de digitale wereld. Een onderzoek van een aantal jaar geleden wees uit dat er vermoedelijk meer mensen zijn die moeite hebben met cijfers dan met lezen en schrijven.

Een onderschat probleem
Bedenk eens hoe vaak je in het dagelijks leven te maken hebt met situaties waar getallen en rekenvaardigheden een rol spelen. De voorbeelden zijn eindeloos: geld, tijd, agenda’s, maten, tabellen, roosters, borden, recepten…

En bedenk dan ook eens waar je tegenaan loopt. Als je niet kan klokkijken of de bustijdentabel niet begrijpt, kom je vaak te laat op je werk of op school. Als je niet met een kalender om kan gaan, kan je geen afspraken maken. Als je niet kan rekenen, is het lastig om te budgetteren, laat staan sparen. En dan heb ik het nog niet over wat er kan gebeuren als je medicijnen niet goed inneemt of verkeerd toedient aan je kind, je ingaat op een phishing mail, terechtkomt in een piramidespel, je geld laat beheren door je achteraf niet zo betrouwbare buurman.

Het niet kunnen overzien van een budget, het niet goed kunnen inschatten van de waarde van bedragen en aanbiedingen, de afhankelijkheid van eventueel malafide personen leidt onvermijdelijk tot schulden. En deze worden erger als er leningen worden afgesloten om het ene gat met andere te dichten tegen woekerrentes.

Laaggecijferdheid herkennen
Aan ons als SchuldHulpMaatjes de taak om laaggecijferdheid te herkennen. En dat vraagt wel wat, want mensen die moeite hebben met cijfers zullen – net als mensen die moeite hebben met lezen en schrijven – hun best doen dit niet te laten zien. Als jouw hulpvrager situaties waarin moet worden gerekend vermijdt, moet de alarmbel gaan rinkelen. En ook als hij iemand anders heeft gevraagd de administratie te doen, te laat komt op afspraken of ze vergeet, zijn bril nooit bij de hand heeft, stopt met medicijnen, talloze banen heeft gehad, vreemde leningen heeft afgesloten, het slachtoffer is van fraude…. Want alleen als we laaggecijferdheid herkennen kunnen we onze hulpvrager op een adequate manier begeleiden. We kunnen bijvoorbeeld meer tijd nemen voor en aandacht en uitleg geven aan zaken waar getallen een rol spelen. Verder kunnen we, als het onderwerp eenmaal bespreekbaar is, onze hulpvrager helpen de weg te vinden naar het onderwijsaanbod op dit gebied in Den Haag. SchuldHulpMaatje biedt trainingen aan goede begeleiding van jouw hulpvrager

Trainingen “herkennen laaggeletterde hulpvrager”: 4 oktober of 31 oktober 2022

Training “begeleiden laaggeletterde hulpvrager”: 12 en 26 september of 14 en 21 november 2022

Bekijk alle trainingen

Heleen Rijkens, Projectcoördinator Laaggeletterdheid

Basisinkomen, de oplossing voor armoedeproblematiek?

Geplaatst op 22 augustus 2022

Door de inflatie en stijgende gas- en energieprijzen komen steeds meer mensen in de financiële problemen. Opnieuw laait de discussie op of invoering van het basisinkomen een goede oplossing kan zijn. Volgens het Centraal Plan Bureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) maakt het basisinkomen het belastingstelsel ook nog eens eenvoudiger, waardoor mensen minder snel in problematische schulden raken. Redacteur Wout van Dijk van SchuldHulpMaatje Den Haag dook in dit actuele thema. Hij begint zich af te vragen: “Waarom doen we dit niet gewoon!”. 

Wat is het basisinkomen?

Het basisinkomen is een onvoorwaardelijk inkomen. Het is geld waar je altijd recht op hebt, ongeacht je vermogen of je inkomsten. Zowel werkenden als niet werkenden zouden het kunnen gebruiken. Het idee is dat het basisinkomen andere uitkeringen vervangt.

In Nederland bestaat het basisinkomen niet. In een aantal gemeenten zijn op kleine schaal experimenten uitgevoerd.

Mensen kunnen in Nederland wel een uitkering krijgen. Het belangrijkste verschil tussen een basisinkomen en een uitkering is dat aan een uitkering voorwaarden zijn verbonden. Op basis van gezondheid of werkstatus wordt bepaald of iemand recht heeft op een uitkering. Afhankelijk van het type uitkering verschillen de regels over bijvoorbeeld sollicitatieplicht.

In dit artikel ga ik op zoek naar de stand van zaken. Hoe zit het met het politieke en maatschappelijke draagvlak voor een basisinkomen in Nederland en daarbuiten? Is het financieel wel haalbaar? Wat zijn de effecten op de arbeidsmarkt? Wat zijn de voor- en nadelen? Gratis geld zet aan tot nadenken. Hoe denk jij over een basisinkomen?

Gemeentelijke experimenten met lokaal basisinkomen

In de Nederlandse politiek groeit de belangstelling voor het basisinkomen. De PvdA, D66 en GroenLinks zijn voorstander van experimenten, net als een aantal gemeenten. Diverse gemeenten deden experimenten naar aanleiding van de invoering van de Participatiewet (2015). Het ging dan om een ‘lokaal basisinkomen’ of een door het basisinkomen geïnspireerde sociale zekerheid. Kernbegrippen daarbij waren: meer uitgaan van vertrouwen en minder van wantrouwen en straffen, minder bureaucratie, meer autonomie, minder stress, meer mogelijkheden voor bijstandsgerechtigden om te ondernemen, bij te verdienen, mantelzorg te verlenen, bij te scholen etc..

Het rijk gaf de gemeenten door middel van het Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet (vervallen per 01-04-2021) uiteindelijk slechts toestemming voor experimenten waarbij:

(1) bijstandsgerechtigden meer mochten bijverdienen naast de uitkering (maximaal € 200).
(2) verplichtingen op het gebied van re-integratie kwamen te vervallen.
In het geval dat een gemeente experimenteert met (2), moeten ze ook experimenteren met
(3) een groep bijstandsgerechtigden intensiever begeleiden dan regulier.

Deventer, Groningen, Nijmegen, Utrecht en Wageningen presenteerden in mei 2020 de resultaten van hun experimenten en uit het Vervolgonderzoek experimenten Participatiewet (CPB, januari 2022) blijken de volgende resultaten:

  • Als je stopt met regeltjes voor werklozen om snel werk te vinden, zorgt dat er niet voor dat ze minder snel aan het werk komen. Na afloop van de ontheffing zijn er soms positieve effecten op uitstroom. Ook andere maatregelen laten soms positieve effecten zien, maar dit verschilt per gemeente. 
  • Als bijstandsgerechtigden meer worden begeleid, vergroot dat ook soms de uitstroom naar werk, maar deze uitstroom groeit niet verder nadat de begeleiding wordt gestaakt. Meer ruimte om naast de uitkering bij te verdienen vergroot soms ook de kans op uitstroom naar werk. Deze uitstroom naar werk vlakt af of daalt wanneer de bijverdienmogelijkheden stoppen. 

Meer onderzoek naar effect op schulden nodig

Volgens het CPB is meer onderzoek nodig omdat de resultaten met veel onzekerheid zijn omgeven. Het planbureau ziet graag dat bij toekomstige experimenten minder maatregelen tegelijk getest worden om preciezer te kunnen meten wat werkt. Ook moet volgens het CPB in het vervolg gekeken worden hoe deelnemende gemeenten onderling beter te vergelijken zijn. Verder zijn er volgens het CPB andere positieve effecten denkbaar dan uitstroom naar werk, zoals een betere gezondheid, minder schuldendruk en/of minder gebruik van andere sociale voorzieningen.

Grote ambities op kleine schaal met particuliere initiatieven

Daar waar de gemeenten geen toestemming kregen voor experimenten met het verstekken van een basisinkomen lukte dat op basis van enkele particuliere initiatieven wel.

  • Zo werd Frans Kerver de eerste Nederlander ooit die heel 2016 1.000 euro per maand kreeg. Hij werd door stichting MIES geselecteerd voor het experiment. Het geld kwam via crowdfunding beschikbaar. De gedachte achter het experiment is simpel: door een basisinkomen worden mensen gestimuleerd om zich te ontplooien. Doordat hun basiskosten gedekt zijn, hebben ze tijd en geld over om aan andere dingen te besteden. Frans noemt zijn inkomen ‘het meest unieke salaris ooit uitgekeerd’. Hij hoopte vooral op stressreductie. Naast het basisinkomen werkte hij overigens nog wel als copywriter, omdat dit salaris niet genoeg was om al zijn kosten te dekken.
  • Een sociaal rechtvaardige samenleving, waarin mensen niet onverschillig blijven als anderen kopje onder gaan”. Dat is het ideaal van Denise Harleman, die in Amsterdam een vergelijkbaar sociaal experiment begon. Met het Collectief Kapitaal krijgen vijf mensen acht maanden lang 1.000 euro per maand. “Ik wil kijken of solidariteit opnieuw een bodem kan zijn voor een sociaal-economische agenda, waardoor iedereen verzekerd is van een waardig en zeker bestaan“. Het experiment is nog in volle gang en breidt zich inmiddels uit naar Rotterdam. In een radio-uitzending van De Publieke Tribune van mei 2022 spreekt Coen Verbraak met Denise Harleman over haar idealen en wat zij doet om een betere wereld tot stand te brengen.

Wat doen andere landen?

Sinds een Zwitsers referendum in 2016 is er een wereldwijde discussie ontstaan of het basisinkomen mensen de kans biedt om zelf te kiezen of en hoeveel betaald werk ze willen verrichten. De belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn de betaalbaarheid van het basisinkomen en de effecten op de arbeidsmarkt.

Met een overgrote meerderheid wezen de Zwitsers de invoering van een basisinkomen af. Ruim 75% van alle kiesgerechtigden zei ‘nee’ tegen het revolutionaire plan om iedere volwassen inwoner een basisinkomen van omgerekend zo’n 2250 euro maandelijks te verstrekken. Lonen liggen in Zwitserland veel hoger dan in Nederland, maar de kosten van levensonderhoud zijn ook aanmerkelijk hoger. Aan het basisinkomen zaten geen voorwaarden verbonden; het was bedoeld voor werkenden en niet-werkenden.

De afwijzing van het voorstel werd al verwacht. Volgens de regeringscoalitie is het veel te duur om iedereen zonder verdere voorwaarden een basisinkomen te verstrekken. Ook zouden mensen minder bereid zijn om aan het werk te gaan.

Maar volgens de voorstanders is er straks te weinig werk om iedereen aan een baan te helpen en is het socialezekerheidsstelsel van nu log en peperduur. Zij blijven lobbyen om dit onderwerp op de kaart te zetten.  

Finland deed in 2017/2018 een tweejarig experiment dat het effect op de arbeidsmarkt in kaart moest brengen. Voor dat onderzoek kregen 2000 langdurig werklozen een basisinkomen, de controlegroep ontving een bijstandsuitkering.

De in mei 2020 gepubliceerde resultaten laten zien dat de groep met een basisinkomen vaker betaald werk verricht dan de groep met een bijstandsuitkering. Aan de hoogte van het inkomen lag het niet: de hoogte van het basisinkomen was gelijk aan dat van de bijstand: 560 euro.

Wat volgens de onderzoekers wel een grote rol speelt, is dat bijstandsgerechtigden in Finland recht hebben op vergoeding van hun energiekosten en een ruime huurtoeslag tot wel 600 euro per maand. Zeker voor bijstandsgerechtigden in Helsinki is dat een overweging om minder snel werk aan te nemen, het levert hun financieel vaak geen enkel voordeel op. Op het platteland waar de huurtoeslag veel lager is, nemen mensen uit de bijstandsgroep wel vaker betaald werk aan.

Ook in Canada, Alaska, Verenigde Staten, Brazilië, Namibië, Kenia, Israël en India zijn ervaringen met experimenten maar met zeer uiteenlopende resultaten.

Wat kost dat nou?

In de studie ‘Kansrijk armoedebeleid heeft het Centraal Planbureau (CPB, juni 2020) de kosten van basisinkomen voor Nederland berekend. In het onderzoek wordt ervan uitgegaan dat iedere volwassene 635 euro per maand krijgt. Daarnaast bedraagt de kinderbijslag 300 euro voor de eerste twee kinderen en zijn alle toeslagen – behalve de huurtoeslag – en heffingskortingen afgeschaft. Bijstand en AOW zijn overbodig, en de WAO/WIA, WW, ZW- uitkeringen evenredig verlaagd.

Het koopkrachtbeeld dat hierdoor ontstaat, laat zien dat de laagste 20% inkomens er gemiddeld 8,5% op vooruit gaan, en de hoogste 20% 8,5% achteruit. Om het basisinkomen te financieren, gaat de inkomstenbelasting naar 57%, die van topinkomens naar ongeveer 70%. Ter vergelijking: het huidige basistarief is 37,35%, en het toptarief 49,50%.

Op de site Sociale Vraagstukken schrijft Alexander de Roo, voorzitter van Vereniging Basisinkomen (dec 2020) als reactie: “Het CPB heeft geen rekening gehouden met het feit dat werkgevers een slordige € 15 miljard overhouden. Ze hoeven immers niet, zoals nu, het leeuwendeel van de WIA, WW en ZW-premies te betalen. Ook met lagere uitvoeringskosten hield het CPB geen rekening. Hadden de onderzoekers dat wel gedaan dan zou een inkomstenbelasting van 50% voor 95% van de bevolking voldoende blijken om het basisinkomen te financieren. Als de vermogensbelasting zou worden verhoogd, dan hoeft de inkomstenbelasting niet hoger te zijn dan 45% voor het overgrote deel van de Nederlandse bevolking”.

Na- en voordelen van het basisinkomen

Een nadeel van het basisinkomen, is de inschatting dat het aanbod van arbeid voor ongeschoold en “vies” werk zou dalen. Dat is een verwachting. Critici denken bijvoorbeeld dat mensen minder snel voor een zeer laag inkomen zullen werken in de schoonmaak, riolen, etc. Hun verwachting staat haaks op de resultaten van het eerdergenoemde Fins experiment, daar blijkt immers dat als mensen over een basisinkomen beschikken, ze vaker naar betaald werk op zoek gaan.

Ook het CPB verwacht een verminderd arbeidsaanbod. Bij invoering van en basisinkomen, zou de minstverdienende partner van een gezin met tweeverdieners minder betaald werk gaan verrichten. Ook zullen mensen met hele jonge kinderen naar verwachting meer tijd met hun kroost doorbrengen. Daarnaast zou uit 16 experimenten wereldwijd blijken dat jongeren langer gaan studeren en minder snel gaan werken. Daar komen de kosten dan nog bovenop. Een grove rekensom geeft aan: om iedere Nederlander boven de 18 jaar een basisinkomen te geven van 1.000 euro, zou 160 miljard euro nodig zijn. Wel zouden de kosten gedeeltelijk gedekt kunnen worden door de uitgaven aan sociale zekerheid te schrappen (78 miljard).


Een belangrijk voordeel is de controle en handhaving op de regels van de reguliere uitkeringen, zoals de WW en bijstand, geschrapt kan worden. Het basisinkomen kent veel minder voorwaardes en daardoor is er ook minder geld nodig voor handhaving.


Een bekend voorstander van het basisinkomen is Rutger Bregman, journalist voor De Correspondent en auteur van het boek Gratis geld voor iedereen. Hij ziet het een stuk positiever. Bregman definieert in zijn boek het basisinkomen als een individuele, onvoorwaardelijke toelage voor iedereen. Het basisinkomen moet ervoor zorgen dat niemand onder de armoedegrens leeft. In zijn boek is een aantal experimenten te vinden waarin naar voren komt dat de invoering van een basisinkomen juist geld kan opleveren.

‘Het basisinkomen is een idee dat door linkse én rechtse denkers wordt ondersteund’, zegt Bregman in een inspirerende lezing tijdens de TED-conferentie in Vancouver, april 2017).

‘Wereldwijd zijn er al experimenten gehouden en het is bewezen dat het werkt. Iedere keer opnieuw bleek dat het basisinkomen zorgde voor minder ongelijkheid, minder armoede, minder kindersterfte, lagere gezondheidskosten, minder criminaliteit, betere schoolresultaten en zelfs economische groei”.

Eerder schreef ik voor SchuldHulpMaatje een artikel over Sander en de Kloof. Sander heeft een essaywedstrijd georganiseerd met de opdracht hoe we armoede kunnen oplossen. Ik heb het essay van de winnaar gelezen: het basisinkomen! De schrijver noemt het welvaartsdivident.

Standpunten partijen en Collegegemeente Den Haag

Een korte verkenning van de verkiezingsprogramma’s 2022-2026 van de partijen in de gemeente Den Haag laat zien dat GroenLinks, PvdD, D66, LEF en Groep de Mos zich scharen achter het idee van een basisinkomen.

De PvdD en GroenLinks hebben in mei 2021 schriftelijk vragen gesteld aan het College van B&W over de mogelijkheden om in Den Haag een pilot met basisinkomen in te voeren.

Het College heeft in september 2021 geantwoord dat de regelgeving rondom de Participatiewet mogelijkheden geeft om met experimenten te onderzoeken hoe de Participatiewet doeltreffender uitgevoerd kan worden met betrekking tot arbeidsinschakeling en financiering. Het college ziet echter binnen de regelgeving geen mogelijkheden voor het uitvoeren van experimenten met een onvoorwaardelijk basisinkomen.

Basisinkomen, hoe denk jij erover?

Gratis geld voor iedereen zet aan tot nadenken. Waar willen wij als samenleving naar toe? Hoe ziet onze utopie eruit? De mensen die in ‘luilekkerland’ leven, zouden moeten nadenken over hoe de verworven rijkdom het best omgezet kan worden om ons land nog welvarender te maken. Bregmans boodschap is duidelijk: “We zouden ons moeten richten op het creëren van meer vrije tijd, en het delen van de rijkdom om armoede nog verder uit te roeien”.

Hoe zou je het vinden als je buren elke maand 1000 euro van de staat zouden ontvangen zonder dat ze er iets voor terug doen?

Wat zou jij doen als je elke maand zo’n bedrag op je spaarrekening zou krijgen? Zou je dan minder gaan werken? Weer terug naar school gaan? Of gewoon helemaal stoppen met werken?

Auteur: Wout van Dijk

Bronnen

https://www.cpb.nl/kansrijk-armoedebeleid

https://www.socialevraagstukken.nl/basisinkomen-kan-100-duizenden-nieuw-perspectief-bieden/

https://open.overheid.nl/repository/ronl-1ab98d58-386b-4dcf-ae72-5429f4617db9/1/pdf/tkbrief-reactie-op-uitkomsten-experimenten-participatiewet.pdf

https://www.human.nl/de-publieke-tribune/lees/2022/idealisme-een-rechtvaardigere-wereld.html

https://www.oxfamnovib.nl/blogs/dilemmas-en-oplossingen/de-voor-en-nadelen-van-het-basisinkomen

https://basisinkomen.nl/

https://www.movisie.nl/publicatie/bestaanszekerheid-onder-druk

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/participatiewet/documenten/kamerstukken/2022/06/21/aanbiedingsbrief-participatiewet-in-balans

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2022Z06225&did=2022D23138

https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/haagse-college-blij-met-instapeconomie

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/07/12/kamerbrief-aanpak-geldzorgen-armoede-en-schulden

https://www.npostart.nl/vpro-tegenlicht/21-09-2014/VPWON_1219695

https://www.vpro.nl/programmas/sander-en-de-kloof/essaywedstrijd.html

Joep’s geestelijke gezondheid en schulden

Geplaatst op 7 juni 2022

Joep (50) raakte op zijn 43e de bodem van zijn leven. Hij werd uit huis gezet en kon alleen een sporttas met kleren meenemen. “Ik had geen plek om te wonen, geen werk, was multi-gebruiker en had een schuld van 20.000 euro. Dat dieptepunt was achteraf gezien een zegen,” vertelt hij.
Joep is vrijwilliger bij Kompassie en geeft voorlichting aan studenten, in buurthuizen en hij werkt mee aan de nieuwe training van SchuldHulpMaatje Den Haag over psychische kwetsbaarheid. We zitten in een kamer bij Kompassie aan Laan 20 in het centrum van Den Haag waar hij en Jasper van der Wulp, projectleider psychische kwetsbaarheid, praten over zijn geestelijke gezondheid, geldzorgen en schulden en de wisselwerking die dit op elkaar heeft.

Joep en Jasper in gesprek

Klein geluk

Joep gaat zitten op een bankje in het park. Hij zweet nog een beetje na van de fietstocht die hij net heeft gemaakt. Via de duinen en het Westland trapte hij een rondje van 30 kilometer weg op zijn racefiets. Lekker even niks aan zijn hoofd. Hij heeft altijd een koptelefoon op wanneer hij fietst, zodat hij geen omgevingsgeluiden hoort en hyper gefocust kan zijn. Hij zet zijn koptelefoon af. De techno-muziek valt stil en hij neemt een slok water uit zijn bidon. Naast het bankje ziet hij een mooi, paars bloemetje staan. Geen idee hoe het plantje heet, maar wat een schoonheid wurmt zich omhoog. Wat een geluk dat hij dat nu mag zien!

Vicieuze cirkel

Het leven van Joep ging niet over rozen. Voor zijn gevoel zat hij drieëntwintig jaar in een vicieuze cirkel. Jarenlang lag hij op ramkoers en wilde hij niet meer leven. “Ik was niet tevreden over mijn leven. Ik dacht vaak ‘fuck it, ik knijp er tussenuit’”, vertelt hij.

Al van jongs af aan heeft hij problemen met concentratie. Hij werd afgeleid door alle geluiden uit de omgeving en had regelmatig heftige migraine aanvallen. Hij is gediagnostiseerd met autisme, ADD en schizofrenie.

Eindelijk rust

Joep groeide op in een gezin met drie kinderen; hij en zijn twee halfbroers. Zijn moeder was streng. Hij herinnert zich dat hij altijd op tijd thuis moest zijn en niet naar feestjes mocht. Naar vrijzinnige tv-programma’s kijken, was uit den boze. Joep vertelt: “In mijn familie hebben we allemaal wel wat. Mijn ene broer zit in een instelling en mijn moeder spoort ook niet helemaal. Thuis en op school waren er regelmatig spanningen. Als bij mij van binnen de stoppen weer doorsloegen, kon ik in sporten mijn energie kwijt. Ik deed aan voetballen en fietsen. Ik kwam al in mijn jonge jaren in contact met drugs. De eerste keer dat ik gebruikte was een openbaring. Ik dacht ‘dit is het, eindelijk rust’.”

Iedereen blowde

“Op m’n 18e moest ik in dienst. Daar was ik wel blij mee, alle remmen gingen los. Onder in de kazerne zat een kroeg en daar kon je voor 50 cent een biertje kopen. Ook wiet was niet duur. Iedereen blowde, veelal uit verveling. In dat jaar raakte ik echt verslaafd. Uit dienst ging ik op mezelf wonen. Ik was toen twintig.”

Joep heeft verschillende banen. Hij werkt in de haven, op kantoor, in het magazijn, als koerier en als bestuurder van de Randstadrail. Hij geeft aan dat het eigenlijk te gek voor woorden was dat hij zulk verantwoordelijk werk deed, want als bestuurder had hij altijd een kater.

Elke maand komt er salaris binnen, maar hij geeft zijn geld uit aan de verkeerde dingen. Hij vertelt: “Ik had altijd werk, maar gaf al mijn geld uit aan drank, drugs en dure afhaalpizza’s. Vervolgens had ik niks meer over om mijn vaste lasten van te betalen. Het kwam regelmatig voor dat ik een maand of twee achterliep met huur betalen. Als ik daarna iets minder gebruikte, liep ik m’n schulden weer in. Ik had van mijn moeder nooit geleerd hoe ik met geld om moest gaan en ik had geen idee hoe ik een huishoudboekje moest bijhouden.”

Leven in een film

‘Een schizofreen is nooit alleen’, is een bekende uitdrukking. Joep ervaart dat precies zo: “Er zitten zo’n 15 personen in mijn hoofd en daardoor is het altijd druk. Ik heb altijd het gevoel dat ik bekeken word en in een film speel. Ik ervaar die groep mensen als negatief. Ze zeggen rottige dingen tegen mij, zoals: ‘je bent een loser’, of ‘kom naar het raam, dan kun je ons zien’. Als ik dan naar het raam toeloop, lachen ze heel hard en zeggen ‘spring maar’.

In mijn hoofd zijn er twee realiteiten, mijn realiteit en die andere realiteit. De werelden van ‘het is echt’ en ‘het is niet echt’ lopen in mijn hoofd door elkaar.”


Geen hulp van de huisarts

Toen hij vijfentwintig was, woonde Joep in Rotterdam. Hij raapte al z’n moed bij elkaar en stapte bij zijn huisarts binnen om hulp te vragen voor zijn problemen. Hij geeft aan dat dat een hele hoge drempel was: “Ik vond het al moeilijk om boodschappen te doen, en helemaal om hulp te vragen. Die arts onderkende mijn problemen volledig en zei: ‘schrijf je verhaal maar op’.” De teleurstelling die hij toen voelde over dit ‘recept’, zit diep en doet nog steeds veel pijn.

De mensen uit mijn omgeving wisten niet dat ik verslaafd was. Mijn familie en vrienden hadden geen idee dat ik worstelde met mijn psychische problemen, drank, drugs en geldzorgen. Op feestjes schonken ze gewoon nog een borrel voor mij in. De enige die het een beetje begreep, is de moeder van mijn dochter. Zij heeft ook psychische problemen en begreep veel. We waren een goede match. We zijn twee jaar samen geweest en gaan nog steeds goed met elkaar om.”

Je mag er zijn

“Nadat ik op straat kwam te staan, brachten vrienden mij naar de daklozenopvang. Ik was binnen een dag ingeschreven. Ik had toen geen last van schaamte. Er viel een last van mij af, eindelijk hoefde ik mij geen zorgen meer te maken over werk en een woning die betaald moest worden. Ik was blij om hulp te krijgen en wilde dat graag aannemen.

Vlak daarna werd mijn verslavingsprobleem door de reclasseringsambtenaar gezien. Hij haalde mij weg uit de daklozenopvang en bracht mij met voorrang naar de afkickkliniek. Ook regelde hij dat ik in de gemeentelijke schuldsanering kwam en mijn schuld af kon lossen.
Die mensen in de kliniek ben ik echt heel dankbaar. Ik had een heel negatief zelfbeeld, daar hoorde ik voor het eerst ‘je mag er zijn’. Er werd voor het eerst serieus naar mij geluisterd, zonder dat men een oordeel had, zonder dat er zaken gebagatelliseerd werden. Die tien weken daar waren de start voor mijn nieuwe leven. Als ik rust neem en weinig triggers heb, verdwijnen de stemmen naar de achtergrond. Dat heb ik daar geleerd.”

Geld om te leven

“Mijn leven nu is overzichtelijk. Als ik het op deze manier nog een jaar of tien volhoud, ben ik tevreden. Ik ben afgekeurd en werk als vrijwilliger bij Kompassie. Wekelijks ontvang ik vanuit de bijstand leefgeld van mijn bewindvoerder. De bewindvoerder spaart voor mij voor grote uitgaven. Als ik een nieuwe broek nodig heb, of wat onderdelen voor m’n racefiets, vraag ik iets extra’s. Drie keer per week ga ik langs bij de kliniek voor m’n pilletjes. Ik moet goed nadenken hoe ik mijn geld uitgeef. Zomaar naar de bioscoop of een terrasje pikken, doe je dan niet snel. Ik heb een paar goede vrienden en ik eet regelmatig bij m’n dochter. Verder fotografeer ik graag, dat werkt therapeutisch. Met m’n camera op pad heb ik het gevoel dat ik aansluiting heb met de omgeving. Af en toe stap ik op m’n fiets en maak ik een rondje. Ik geniet van kleine dingen.”

Tip
Tot slot heeft Joep nog een tip voor Jasper en andere SchuldHulpMaatjes die hulpvragers met psychische problemen tegenkomen: “Neem de kleinste dingen serieus. Misschien denk je ‘waar maakt iemand zich druk over’, maar het is belangrijk om met aandacht en zonder oordeel naar iemand te luisteren.”

Kansengelijkheid en vermogensongelijkheid in ‘Sander en de kloof’

Geplaatst op 19 april 2022

Begin dit jaar zond de VPRO op NPO1 de serie ‘Sander en de kloof’ uit. De serie gaat over de vermogens- en kansenongelijkheid in Nederland en over de kansen die “de haves en de havenots” hebben op de woningmarkt, in het onderwijs en in de gezondheidszorg. Voor SchuldHulpMaatje Den Haag bekeek redacteur Wout van Dijk de zes afleveringen: “Ik was benieuwd hoe onbevooroordeeld ik naar de serie zou kunnen kijken. Vooral was ik nieuwsgierig naar hoe het programma de kloof in beeld zou brengen.”

De programma’s worden gepresenteerd door Sander Schimmelpenninck, de man met een adellijke komaf die we kennen als advocaat op de Amsterdamse Zuidas; als hoofdredacteur van het zakenblad Quote en van commercials voor pensioen- en beleggingsfondsen.

Introductie
Bij de serie schrijft Anouk Kamminga, hoofdredacteur VPRO: ‘We wilden deze serie met Sander maken op basis van zijn eerder verschenen boek ‘Elite gezocht’ en zijn uitgesproken mening hierover in het publieke debat. Ik was onaangenaam verrast door zijn huidige deelname aan de commercials. Ik hoop niet dat het afleidt van de belangrijke boodschap van de serie, namelijk dat de kern van kansenongelijkheid de vermogensongelijkheid is.’

Sander Schimmelpenninck reageert: ‘Als columnist, podcastmaker, presentator en zelfstandig ondernemer heb ik verschillende werkzaamheden. Sommige zijn ideëel, andere journalistiek en weer andere commercieel. Hoewel ik die rollen zelf goed kan scheiden, begrijp ik dat dat voor het grote publiek niet altijd duidelijk is. Nu ik te zien ben in een commercial van een pensioenbank, in aanloop van de lancering van mijn nieuwe serie ‘Sander en de kloof’ moet ik constateren dat ik onvoorzichtig ben geweest.’

‘Ik heb afgelopen jaar, samen met een geweldig team, met veel liefde en plezier gewerkt aan een persoonlijke serie die een groot maatschappelijk probleem aankaart: de grote vermogens- en kansenongelijkheid in Nederland. Graag word ik, net als iedereen, beoordeeld op de inhoud van mijn werk, en niet op vooroordelen of beeldvorming’.

Gevolgen vermogensongelijkheid
Zoals gezegd gaat ‘Sander en de kloof’ over de groeiende kloof tussen arm en rijk en wil het inzichtelijk maken welke gevolgen die vermogensongelijkheid heeft voor onze maatschappij. De serie maakt duidelijk dat vermogende ouders hun kinderen op onoverbrugbare afstand kunnen zetten door hen privé onderwijs te bieden, gezonder te laten leven en enorme schenkingen te doen, zodat zij hun volwassen leven beginnen met een prettig koophuis. Sander stelt: Heb je geen vermogende ouders? Dan sta je niet met één-nul achter, maar met tien-nul!

Doelgroep SchuldHulpMaatje
In de serie gaat Sander in gesprek enerzijds met vermogenden, rijk door komaf, en vermogenden die hun kapitaal zelf hebben kunnen opbouwen. Anderzijds spreekt hij met mensen die, ondanks studie en hard werken, weinig kansen hebben, bijvoorbeeld op de krappe woningmarkt. De doelgroep van SchuldHulpMaatje: de mensen met echte financiële problemen, komt slechts eenmaal in beeld bij het onderwerp Gezondheidszorg.

Nadruk op mensen die het ‘hebben’
In mijn beleven komen in de serie naar verhouding meer ‘haves dan havenots’ in beeld, wat niet wil zeggen dat Sander zijn standpunten onvoldoende duidelijk maakt. Hij legt in de serie uit dat inkomsten uit kapitaal minder belast worden ten opzichte van inkomsten uit arbeid en bevraagt de rijken naar hun gevoelens en verantwoordelijkheden daarbij. Deze confrontaties maken de serie voor mij boeiend en geven voeding aan de discussie over een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een samenleving met gelijke kansen voor iedereen.

Meer rendement
Interessant en treffend voor het uitgangspunt dat Sander in de serie hanteert, vond ik het gesprek dat hij in de eerste aflevering heeft met zijn ouders. Hij legt daarin uit dat hij, tijdens zijn werkzaamheden bij Quote, een beeld heeft gekregen hoe de economie functioneert en dat in het huidige systeem vermogen meer rendement oplevert dan arbeid. Hij bepleit dan ook om vermogensoverdracht en erfenissen hoger te belasten zodat de belasting op arbeid omlaag kan.  Hoewel zijn ouders begrip hebben voor zijn argumenten is hun emotionele reactie tijdens deze aflevering ook duidelijk.

Kansenongelijkheid in beeld
Na het zien van de zes afleveringen heb ik de indruk dat Sander in zijn opzet is geslaagd. In de  interviews geeft hij geïnterviewden voldoende ruimte om te reageren en om te vertellen welke (on)mogelijkheden zij ervaren in het kader van de vermogens- en daarmee de kansenongelijkheid. Mede door de variëteit in geïnterviewden en hun reacties wordt de kansenongelijkheid goed in beeld gebracht en heb ik zelf het gevoel een meer genuanceerd beeld te hebben gekregen van deze problematiek; het feit dat de presentator van de serie ook in commercials voor pensioen- en beleggingsfondsen optreedt heb ik tijdens het kijken los kunnen laten.      

De serie ‘Sander en de kloof’ maakt duidelijk dat het een kans en keerpunt kan zijn om in deze tijd waarin kennelijk tussen babyboomers en millennials de grootste vermogensoverdracht ooit plaatsvindt, nieuw beleid te implementeren dat gericht is op het creëren van een basis van gelijke kansen voor iedereen.

Tenenkrommend
Vond ik de serie alleen maar boeiend? Nee, zeker niet, er zitten momenten in de serie waarin ik het gesprek tenenkrommend vond, zeker op die momenten waarop geïnterviewden vertelden met het grootste gemak enorme sommen geld uit te geven aan luxe liefhebberijen.


Benieuwd geworden naar de serie ‘Sander en de kloof’?

Nog te zien via NPO Start:

https://www.vpro.nl/programmas/sander-en-de-kloof/over-Sander-en-de-kloof.html

Overzicht van de 6 afleveringen

1. de plek van je wieg

Verreweg het grootste deel van de privévermogens bestaat uit geld waar niet voor gewerkt is, geld dat verkregen is door middel van erfenissen of schenkingen. Sander Schimmelpenninck vraagt zich af hoe eerlijk ‘gelijke kansen’ zijn, wanneer een deel van de mensen een voorsprong krijgt van hun ouders. En hij onderzoekt zijn eigen positie, hoe belangrijk is de plek waar je wieg staat?

2. een eigen huis

Mensen met vermogens stapten de laatste jaren massaal in ‘de pandjes’ en konden, dankzij de fiscaal vriendelijke behandeling van het rendement, hun vermogen laten groeien. Daarnaast worden kinderen van rijke ouders door middel van een ‘jubelton’ op voorsprong gezet, terwijl steeds meer starters en huurders zónder financiële hulp geen betaalbare woning meer kunnen vinden. Hoe dichten we deze woonkloof? 

3. kansen zijn te koop

Kinderen van ouders met een laag inkomen beginnen op de basisschool al met een achterstand. Een achterstand die niet meer in te halen is gedurende hun schoolcarrière. Ondertussen sturen rijke ouders hun kinderen naar dure privé- en kostscholen, waar een uitzonderlijk onderwijscurriculum wordt gehanteerd. Kunnen vermogenden het succes van hun kinderen op die manier zeker stellen? 

4. geld werkt harder dan jij

Het wordt steeds moeilijker om van een dubbeltje een kwartje te worden. Alleen in het bezit zijn van talent en intelligentie is onvoldoende; het gaat vooral om de vraag of je de kans krijgt die twee te benutten. Nu werken steeds minder loont, vraagt Sander zich af of de rijken het écht zelf hebben gedaan. Of hebben ze voornamelijk op een slimme manier gebruik kunnen maken van het systeem?

5. gezond kapitalisme?

Ook in de gezondheidszorg is er een kloof. Rijken lijken betere toegang te hebben tot zorg en ze worden gemiddeld zeven jaar ouder dan de minder gefortuneerden. Hoe zorgen we ervoor dat iedereen kans blijft maken op een gezond leven?  

6. laat je horen!

Nu de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt, is er behoefte aan vermogende mensen die zich inzetten voor de maatschappij. Maar waar zijn ze? Sander vraagt zich af waarom er zoveel ‘vermogensschaamte’ is terwijl er ook verantwoordelijkheid genomen kan worden voor de steeds groeiende ongelijkheid. Hoe kunnen we dit systeem zo inrichten dat het eerlijk wordt voor iedereen?

Bron: VPRO

Auteur: Wout van Dijk

Een update over het project laaggeletterdheid en nog wat feiten….

Geplaatst op 13 maart 2022

Laaggeletterdheid van de hulpvrager kan een obstakel zijn voor een maatje bij de begeleiding. Als jij niet doorhebt dat jouw hulpvrager laaggeletterd is, vraag je misschien dingen die hij of zij niet kan. Als jouw hulpvrager moeite heeft met rekenen, zal hij niet gemakkelijk kunnen budgetteren. Als je woorden gebruikt die jouw hulpvrager niet begrijpt, kan je nooit iets goed uitleggen. Het gevolg kan zijn dat de hulpvrager niet doet wat je met hem afspreekt, waardoor jij als maatje gefrustreerd raakt en het traject onnodig lastig wordt of – erger – het traject stopt. Dit is de reden voor meer aandacht voor laaggeletterdheid.

Informeren & communiceren

De eerste maanden van het project laaggeletterdheid stonden in het teken van informeren en communiceren.

  • Wat is laaggeletterdheid?
  • Waar komt het voor?
  • Hoeveel mensen in Nederland zijn laaggeletterd?
  • Wat zijn de gevolgen?

Doel van de thema-avonden die we organiseerden, de nieuwsbrieven die we schreven en de stukken die we posten op Basecamp was bewustwording creëren. Alleen als je de feiten kent, kan je er rekening mee houden. Nog even wat weetjes die belangrijk zijn voor ons, SchuldHulpMaatjes in Den Haag.

2022-3 Laaggeletterdheid in beeld

Laaggeletterdheid hoog in Den Haag
In Nederland hebben bijna 2,5 miljoen mensen moeite met lezen en/of rekenen. Vaak beschikken zij ook over weinig digitale vaardigheden. Bijna 100.000 mensen leven in armoede door laaggeletterdheid. Dit kost onze samenleving € 95 miljoen per jaar.

Vergeleken met niet-laaggeletterden geldt dat laaggeletterden:

  • vaker minder zelfredzaam zijn;
  • vaker financiële problemen hebben;
  • vaker lang in armoede leven;
  • vaker schuldhulpverlening nodig hebben;
  • vaak zelf niet de juiste weg naar die hulp vinden.

Uit een regionaal onderzoek naar laaggeletterdheid onder de bevolking kwam naar voren dat het percentage laaggeletterden in de gemeente Den Haag relatief hoog is ten opzichte van de overige G4-gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en Utrecht). Mogelijke verklaringen voor de verschillen ten opzichte van Nederland zijn de samenstelling van de bevolking naar herkomst en opleidingsniveau alsook het aandeel studenten dat in deze G4-steden woont.

Laaggeletterden per stadsdeel
Het percentage laaggeletterden verschilt sterk per stadsdeel (zie figuur 1). Het percentage laaggeletterden is het hoogst in stadsdeel Laak (50%) en Escamp (38%) gevolgd door Centrum (34%). Het stadsdeel Loosduinen heeft een laaggeletterdheidspercentage dat onder het gemeentelijk niveau ligt (11%). Ook de laaggeletterdheid in de stadsdelen Haagse Hout, Leidschenveen-Ypenburg en Scheveningen ligt (ruim) onder het gemeentelijke en landelijke gemiddelde. Het laagste aandeel laaggeletterden vinden we terug in stadsdeel Segbroek (4%).

2022-03 Laaggeletterdheid wijken verdeling Den Haag

De kans dat zich onder onze hulpvragers laaggeletterden bevinden is heel groot. Er wonen relatief veel laaggeletterden in Den Haag en armoede en laaggeletterdheid gaan ook vaak hand in hand. Zaak dus dat we weten wat laaggeletterdheid inhoudt, we ons bekwamen in het herkennen van laaggeletterdheid en het begeleiden van laaggeletterde hulpvragers. En daarom organiseren we het hele jaar door trainingen.

Groet,

Heleen Rijkens

Project coördinator laaggeletterdheid

Voor meer informatie:

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Onze nieuwsbrief komt zeven keer per jaar uit. De nieuwsbrief is in de eerste plaats gemaakt voor onze vrijwilligers, maar we delen onze artikelen graag met iedereen die geïnteresseerd is.

Aanmelden